Nu de aandelen van ADO in handen zijn gevallen van Bolt ADO Den Haag Holding LLC zal de organisatie van de club waarschijnlijk worden heringericht. Naar verluidt staat ook uitbreiding van het trainings- en jeugdcomplex in Het Zuiderpark hoog op het lijstje. Daar moeten alle ADO-teams onder optimale omstandigheden kunnen trainen en de verbinding tussen de teams worden verbeterd. Om de jeugdopleiding, de levensader van de club, een upgrade te geven met als doel talenten door te laten stromen naar het eerste elftal.
Ik moest weer eens terugdenken aan het begin van de jaren zeventig toen Het Zuiderpark nog gold als een unieke talentenfabriek. In de ADO-historie werd het de periode van ‘Oom Aad en zijn neefjes’ genoemd omdat routinier Aad Mansveld zich soms in het veld zag omringd door maar liefst negen zelfopgeleide spelers. De talenten John Dusbaba, Tscheu La Ling, Martin Jol, Martin Toet, Wim Berckenkamp, Leen Swanenburg, Cees Storm, Barend van Hijkoop, Boudewijn de Geer en Hugo Lochtenberg waren vooral door jeugdtrainer Rob Baan in korte tijd klaargestoomd om basisspelers te worden.
Baan stimuleerde als eerste op grondige wijze de talenten hun vaardigheden tot een hoog niveau te ontwikkelen. Elke dag werd aandacht besteed aan de technische, tactische, fysieke en mentale ontwikkeling, leefwijze, persoonlijkheidsontwikkeling, handelingssnelheid, het hebben van respect voor jezelf en je omgeving, teambelang, volharding, winnaarsmentaliteit, ambitie, zelfkritiek en het kunnen brengen van offers. Sindsdien is het voetbal sterk veranderd. Het spel is sneller en spelers zijn atletischer, onafhankelijker, individualistischer en minder volgzaam geworden. De sterk toegenomen professionalisering, geldstromen en invloed van de (sociale) media laten een heel ander voetballandschap zien. Ik weet dat als je achterom blijft kijken de kans op een stijve nek groter wordt, maar ook dat je niet steeds opnieuw het wiel hoeft uit te vinden. De notities van Rob Baan zullen toch nog wel ergens te vinden zijn?
Column van Mario van den Ende in het AD
Bron: ad













































