In hetzelfde weekend dat Aad de Mos 75 jaar wordt, komt er een biografie uit over zijn trainer bij FCDH: Bert Jacobs. In 1964 werd het jonge voetbaltalent De Mos door Jacobs bij het betaalde jeugdelftal van de Haagse club gehaald. De Mos vond het ‘een feest’ onder Jacobs te trainen.
Het jeugdtrainerschap bij ADO is een vrij onbekend hoofdstuk in het voetballeven van de man die later trainer zou zijn van onder andere FC Utrecht, Vitesse en Willem II. Toch had hij grote talenten onder zijn hoede op het Zuiderpark. Zo speelden onder andere Dick Advocaat, Harry Vos, Lex Schoenmaker en Louis de Puyt in zijn elftal, vertelt Ferry Reurink, medeauteur van het boek Hotseknotsbegoniavoetbal. Vernoemd naar de befaamde uitspraak van Jacobs.
Jacobs stond in de jaren zeventig, tachtig en negentig bekend als de grappenmaker van het Nederlands trainersgilde. Befaamd is het verhaal dat hij na een overwinning, van zijn toenmalige club Vitesse op PSV, met een fiets de plaatselijke discotheek probeerde in te rijden. Of de anekdote dat hijtijdens een trainingskamp met Fortuna Sittard in Spanje de brandspuit in het hotel leegspoot. FC Den Bosch zat met de selectie in hetzelfde hotel en prompt werden een aantal nietsvermoedende spelers uit dat team opgepakt en mochten ze een nacht doorbrengen in de cel. Daar was toen hij als 24-jarige bij ADO aanklopte nog niets van te merken. ‘De mensen uit die tijd hebben het vooral over zijn ambitie om trainer te worden’, zegt Reurink.
Advertentie voor jeugdtrainer
Na een mislukt avontuur als profvoetballer bij Haarlem probeerde de uit Zandvoort afkomstige Jacobs om via het trainersvak in het betaalde voetbal te komen. ‘Hij stuitte op een advertentie in het blad de Sportkroniek’, vertelt de biograaf. ADOzocht in die tijd namelijk een fulltime trainer voor de hoogste amateurjeugd (ADO had toen nog een amateurtak, red.) en betaalde jeugd. Terwijl Jacobs zijn sollicitatiebrief verstuurde, werd de functie veranderd omdat ze er op de burelen achter kwamen dat je niet twee elftallen tegelijk kon trainen. Daarom werden het twee functies, waarbij twee oefenmeesters ieder een jeugdelftal trainden. Om de overige tijd te vullen mochten ze ook de clubadministratie doen. ‘Bert en Hans Alleman werden uitgekozen, waarbij Bert de betaalde jeugd ging doen.’
‘De clubadministratie werd binnen twee maanden een enorme teringzooi’, lacht Reurink. ‘Want Bert en Hans waren alleen maar bezig met het voetballen. Ze begonnen aan het begin van het seizoen 1964/1965 en in november had ADO alweer spijt. Facturen werden namelijk niet op tijd betaald en recettes van wedstrijden werden steeds later verwerkt. Bert hielp liever Ernst Happel, de trainer van het eerste elftal. Daar heeft hij enorm veel van geleerd, zou hij later zeggen.’
De Mos blinkt uit in Cannes
Een latere toptrainer die veel van Jacobs zou leren was De Mos. De toen zeventienjarige verdediger woonde tegenover het Zuiderpark en was net te jong voor het hoogste jeugdelftal. De Mos had echter wel talent en mocht mee naar het befaamde jeugdtoernooi van Cannes. ‘De Mos zou eigenlijk niet spelen’, weet Reurink. ‘Maar tijdens de paspoortcontrole bleken twee mensen te oud. Mocht hij alsnog meedoen.’
ADO versloeg tijdens het toernooi Chelsea, Rapid Wien en Sparta Praag. Het jeugdelftal uit Den Haag won het toernooi en de jonge Aad werd uitgeroepen tot speler van het toernooi. ‘Wat De Mos zich nog steeds herinnert is dat Jacobs hem een ontbijtje op bed bracht na een gewonnen wedstrijd’, weet Reurink. ‘Dat maakte veel indruk op Aad, dat je op zo’n manier je spelers voor je kon winnen.’
Lex Schoenmaker tegen Liverpool
Lex Schoenmaker maakte onder Jacobs zijn eerste minuten in het ADO-shirt. ‘Hij speelde nog in de jeugd van amateurclub VDS en kon daarom geen wedstrijden spelen voor de betaalde jeugd van ADO’, vertelt Reurink. ‘Hij ging wel meetrainen met Bert. Dat deed hij steeds vaker omdat ze bij ADO ook wel zijn talent zagen. Uiteindelijk mocht hij zijn debuut maken in een oefenwedstrijd tegen Liverpool op het Zuiderpark. Volgens mij won ADO met 7-2 en heeft Lex er twee gescoord.
‘Schoenmaker zou uiteindelijk uitgroeien tot een clublegende bij ADO. Voor De Mos was er een ander pad. Net als Jacobs zou hij na een mislukte loopbaan als prof een legendarische trainer worden. Waar De Mos dat deed met Europese bekers en landskampioenschappen, werd Jacobs recordhouder als trainer met de meeste eredivisiewedstrijden (741) en eredivisieclubs (8). Toch was er nooit sprake van een terugkeer bij ADO. ‘Hoewel ze goed bij elkaar hadden gepast’, denkt Reurink. ‘Het karakter van Jacobs en het elftal van ADO in de jaren zeventig. Ik zou het wel willen zien.’
Bron: omroepwest













































